Homepage van Angélique Leunissen

Van alles over de natuur & cultuur

Bijzonderheden uit de natuur

Natuurpark Brüggen - Bracht (D) lees verder ...

De Peel

Terug in de tijd lees verder ...

Turf lees verder ...

Deurnse Peel lees verder ...

Mariapeel lees verder ...

Fietsroute volg het water uit de Peel naar de Maas lees verder ...

Nationaal Park De Groote Peel lees verder ...

Mijn gastenboek GAstenboek

Inleiding

Ik ben altijd al dol op de natuur geweest. In Bussum woonden we dicht bij de heide waar we vaak gingen wandelen. Later zijn we naar de Achterhoek verhuisd waar we veel in het Montferland hebben gezworven. Zowel te voet als met de fiets.

In de tijd dat ik in de grote steden woonden was ik altijd van tijd tot tijd te vinden in de vrije natuur. De Utrechtse Heuvelrug of bijvoorbeeld de Gaasperplas.

Maar ook nu we in Limburg wonen heb ik mijn favoriete stekjes waar ik graag uithang. Het zuiden van Limburg vind ik prachtig om te doorkruizen, hetzij met de auto of de scootmobiel en de fiets. Ook dichterbij huis hebben we prachtige natuurgebieden als bijvoorbeeld de Groote Peel, de Mariapeel, de Deurnse Peel, de Heldense bossen of even over de grens in Duitsland het natuurpark Bracht.

Op deze pagina staan in geval een hoop links naar natuurgebieden en andere organisaties die met de natuur te maken hebben. Verder zal ik van bepaalde natuurgebieden vertellen over mijn eigen ervaringen die ik in deze gebieden heb opgedaan.

Daarnaast wil ik hier het een en ander laten zien over de cultuur van bepaalde streken. Mooie gebouwen als boerderijen of dorpjes. Verder nog eventueel museabezoek.

Natuurpark Brüggen Bracht

Net over de Duitse grens bij Reuver vindt u het Naturschutzgebiet Brüggen Bracht. Het is een uitgestrekt gebied dat we in 2006 pas echt ontdekt hebben. Dit gebied is van oudsher het grootste minutiedepot van Europa. Op een oppervlakte van maar liefst 1240 hectare was minutie opgeslagen die voor de gehele strijdmachten van Europa bestemd was.

Toegang bij de Witte Steen Reuver NL
Foto mrt 2007; de toegang nabij de Witte Steen in Reuver

Het feit dat het gebied afgesloten militairterrein is geweest is een groot voordeel voor de ontwikkeling van het gebied. Omdat het nauwelijks verstoort wordt door de mens hebben allerlei soorten dieren en planten de kans zich volop te ontwikkelen. Toch zijn vele oude militaire terreinen verloren gegaan voor de natuur omdat ze voor andere doeleinden zijn aangewend. Een uitzondering hierop is het gebied bij Brüggen - Bracht.

Het oude militaire terrein bevatte oorspronkelijk 88 kilometer aan straten en 200 minutiedepots die werden beschermd door brandwerende wallen en wallen om ingeval van een explosie te verhinderen dat alle minutie op het terrein tot ontploffing zou kunnen komen. De wallen werden gemaakt van een droge en voedingsarme zandbodem. Een prachtig leefgebied voor de aangeplante heide en grassoorten, maar ook voor de denne- en berkenbossen die zo'n 800 hectare inbeslag namen in het gebied. Over bleef een open stuk land van 450 hectare dat er voor zorgde dat het gebied zeer grote aantallen dieren kan herbergen. Veel meer dan op een monotone heidevlakte het geval zou kunnen zijn.

Oude loods op het terrein
Foto mrt 2007; Nog een enkele oude militaire loods is blijven staan voor de beheerders van het natuurpark.

Flora en fauna hebben in deze gebieden volop de kans gehad zich te herstellen van eventele aanslagen die voorheen door de mens zijn gepleegd op zulke gebieden. Zeldzame dieren en planten komen weer terug op deze uitermate rustige en stille plaatsen. Zelfs dieren en planten van de rode lijsten kregen de kans om zich in deze gebieden te herstellen. Om die belangrijke voorsprong voor de natuur te behouden koos men in Brüggen ervoor om het gebied nadat het gesloten werd als militair terrein te behouden als beschermd natuurgebied.

Al sinds 1994 was men zich bewust van het karakter van het gebied en de ongekende mogelijkheden die dit gebied heeft voor de planten en dierenwereld. De LÖBF had het gebied onderzocht en aangegeven dat het hoge waarde had als beschermd natuurgebied. Het Kreis Viersen bepaalde dat het gehele gebied als "Naturschutzgebied Brachter Wald" bewaard moest worden. De basis voor het beschermde natuurgebied was gelegd.

Kudde jonge hertebokken
Foto mrt 2007; een kudde jonge bokken graast in de vroege avond. Een enkeling gaat een gevecht aan met een andere jonge vent. Het harde slaan van de geweien die tegen elkaar komen klinkt hard in de stilte.

Toch was het alles behalve vanzelfsprekend dat het terrein ook als natuurgebied zou blijven bestaan na het vertrek van de militairen van het terrein in de herfst van 1996. Talrijke interessenten melden zich voor het gebied. Zowel bedrijven, uit onder andere Nederland, als ook zweefvliegers en jagers melden zich voor het terrein. Zelfs een sekte wilde er een pyramide bouwen voor gestresste managers zodat deze zich weer konden opladen.

Tussenkomst van de Nordrhein-Westfalenstiftung Naturschutz zorgde ervoor dat het grootste deel van het gebied als biologisch station dienst kon doen. Hiermee was dan meteen de toekomst van de soms zeer zeldzame bewoners of planten zeker gesteld. De heide in het gebied voor door 300 "Moorschnucken" begraast. Deze worden het gehele jaar door geweid door een schaapsherder. Ook wordt er gezorgd voor beweiding met oude rassen van paarden en runderen.

Paarden die in het gebied grazen
Foto mrt 2007; een drietal paarden graast op de heide

Al in 1999 werden er 4 toegangspoorten gerealiseerd in de omheining waardoor voetgangers en fietsers toegang kregen tot het terrein. De laatste jaren is het ook favoriet bij mensen op skeelers en inline-skates. De vaak lange geasfalteerde wegen geven een goede ondergrond om ontspannen van de natuur te genieten en toch sportief bezig te zijn.

Sinds 2006 ben ik dit gebied gaan verkennen. Het is goed toegankelijk met de fiets en scootmobiel. Vanuit Nederland is het te voet of per fiets bereikbaar vanuit Reuver. Hier kunt parkeren bij de Witte Steen of kamperen op de kleine camping aldaar. Daarna is het maar een paar honderd meter naar de hekken van het voormalige militaire terrein. De toegang ziet er mn voor scootmobielen moeilijk uit, maar kalm aan gaat het goed.

Het gebied staat bekend om zijn populatie damherten en wilde zwijnen. De herten zijn niet erg schuw en storen zich nauwelijks aan de voorbij fietsende toeristen. De damherten hebben we dan ook al volop gezien. De wilde zwijnen nog niet, maar ik weet ook nog niet of ik die wel zo graag tegen kom. Ook de dassenpopulatie gedeit goed bij de rust en de stilte die dit gebied bied. Er is hier ook geen gevaar van het verkeer dat elders voor grote slachtoffers zorgt onder de bestanden. De wilde zwijnen hebben we echter nog niet gezien. Al hoewel we wel een aantal sporen hebben gezien.

Herten bij het licht van de ondergaande zon
Foto mrt 2007; een kudde grazende herten

Zelf ben ik ook gecharmeerd van de oude perrons die nog in het natuurgebied liggen van de spoorlijn die het gebied heeft gelegen. Ik kan me zo voorstellen hoe hier de treinen vol met militairmaterieel doorreden nadat ze geladen of gelost waren. We hebben al de bokken van de damherten op deze perrons zien staan. Op de uitkijk als het ware. Een prachtig gezicht.

Eind maart 2007 ben ik op een mooie woensdagmiddag naar het natuurreservaat gereden. We hebben vele, vele dieren gezien. Vooral herten. Bekijk daarom ook eens de pagina met het fotoverslag van deze dag. Klik hier.

Meer informatie over het park is te vinden op de website van het biologisch station of bij het Infozentrum Krickenbecker Seeen (telefoon +49 2153 912909).

Klik hier voor de toegangspoorten en aanrijdroutes naar het park

Klik hier voor een brochure over het park, hierin vindt u meer informatie.

De Peel

Een groot natuurgebied in de provincies Brabant en Limburg. Het is uiteengevallen door de opkomst van de landbouw en de vergroting van dorpen en steden. Toch is er nog veel behouden gebleven. Grote delen zijn in bezit van Staatsbosbeheer. Andere vallen onder andere stichtingen als bijvoorbeeld het Limburgslandschap.


Foto mrt 2007; Afwateringskanaal van de Peel bij Meijel. Via dit kanaal staat het water in de Peel in directe verbinding met de rivier de Maas.

Waar komt de naam De Peel vandaan? Waarschijnlijk ontleent dit gebied zijn naam aan de Romeinse naam Locus paludosus, wat "moerassige streek" betekent.

Terug in de tijd

Krachten in de aardbodem hebben er al miljoenen jaren geleden voor gezorgd dat er breuken kwamen in het aardoppervlak. Een van de belangrijkste breuken is de Peelrandbreuk welke over Roermond via Meyel, Neerkant, Liessel, Deurne, Rips en Mill naar Oss loopt.

Voordat de ijstijden kwamen had de Peelhorst al een vrijwel ondoordringbare leemlaag vlak aan de oppervlakte waardoor het regenwater maar moeizaam weg kon zakken. Het gevolg hiervan was dat het regenwater wegstroomde over de oppervlakte naar lager gelegen delen van het landschap. Zo ontstonden er beekjes en beekdalen.

Er was geen begroeiïng in het gebied waardoor de wind vrij spel kreeg in de ijstijden. Dit had weer tot gevolg dat er zandstormen kwamen welke de beekjes en de beekdalen deden dichtslibben. Daarna ontstonden er plassen. Deze plassen stonden echter in het begin droog door het droge klimaat dat toen hier heerste.

Zo'n 10.000 jaar geleden kwam er verandering in het dat droge klimaat. Er kwam een einde aan de laatste ijstijd. Het werd warmer en vochtiger en zodoende kwamen de plassen vol water te staan. De komst van de eerste peelvennen. De vorming van het eerste dikke pak hoogveen zo zo'n 6000 jaar in beslag nemen.

Mariapeel
Foto mrt 2007; de Mariapeel bij Helenaveen

Al in de oude steentijd woonden er mensen in de Peel. Het veen had zich toen nog maar weinig ontwikkeld. De bewoners uit de steentijd leefden vooral van de jacht en de visserij. Dat is gebleken uit de vondst van schrabbers, stekers, spitsen en voorwerpen van bot en hout. De vorming van het veen maakte het de mensen echter steeds moeilijker om zich in het gebied te handhaven. Tot in de jonge steentijd bleef het gebied bewoond, maar langzaam maar zeker liep het gebied leeg. Er werd aan vormen van landbouw, veeteeld en pottenbakkerij gedaan.

In de Brons en IJzertijd werd het gebied onbewoonbaar. Er zijn dan ook nauwelijks vondsten gedaan uit die tijdperken. Rond de Peel woonden echter wel veel mensen.

In vele duizenden jaren ontstond het dikke pak hoogveen in de Peel. Het heeft uiteindelijk een dikte bereikt van zo'n 5 tot 6 meter. Het resultaat was een vrijwel boomloos gebied dat nauwelijks begaanbaar was. Het is dan ook niet vreemd dat hier de grens tussen de provincies werd gevormd. Intussen is het meeste veen afgegraven en het groeit niet meer vanzelf aan.

Ten tijde van de Romeinen en het Romeinse Rijk veranderde er weer veel. Als gevolg van de Romeinse overheersing ontstond er in de periode voor de jaartelling in de Peel een volk dat de Taxandriërs wordt genoemd. De samenstelling van dit volk bestond uit de oude locale plaatselijke bevolking vermengd met verstrooide of binnengedrongen Germanen. Bewijzen dat de Romeinen in deze streek aanwezig zijn geweest zijn gevonden op 17 juni 1910 toen een turfgraver, Gabriël (Gebbel) Smolenaars uit Meijel nabij Helenaveen in 't Zinkske een Romeinse verguld zilveren paradehelm vond.

Rond het gehele Peelgebied zijn op vele plaatsen sporen van Romeinse aanwezigheid gevonden. Vaak gebeurde dit in de vorm van landmetingen van militairen die er zich hadden gevestigd en de landbouw bedreven.

Nog altijd is de aardbodem in beweging. Daardoor is ook de aardbeving van 1992 ontstaan. Die liep ook over dit breukvlak.

Van het oorspronkelijke veengebied is nauwelijks meer wat over. Toch zijn er her en der nog stukjes bewaard gebleven en deze worden dan ook gekoesterd door de natuurbeschermingsorganisaties. De Groote Peel is ca 1500 ha aaneengesloten natuurgebied. Rust en weidse vergezichten herinneren aan het vroegere veen. Het gebied bestaat uit water, moeras, heide en kleine stukjes bos.

Omdat het hoogveen voedselarm is groeien er maar weinig planten. Toch zijn daaronder wel hele bijzondere soorten te vinden. Een voorbeeld is het vleesetende zonnedauw dat het karige menu uit de grond aanvult met insecten die het vangt met zijn kleverige bladeren.

Nadat grote delen van het veen ontgonnen waren en geschikt gemaakt voor land en tuinbouw dreigde het waardevolle natuurgebied volledig verloren te gaan. Gelukkig kwamen er al snel initiatieven om het landschap te bewaren voor het nageslacht.

Intussen is de Groote Peel een Nationaal Park en een internationaal erkend "wetland". Het is heel belangrijk voor watervogels. Er broeden een kleine honderd vogelsoorten en talloze trekvogels strijken er neer voor een kortere of langere stop in het voor- of najaar. Het gebied werd in 1993 uitgeroepen tot nationaal park.

Turf

Veen dat wordt afgegraven noemen we turf. Al heel lang dient het de mens als brandstof, maar soms ook als bouwstof. Vooral in drente kun je nog in veenmusea oude hutten vinden waarin de arme boeren bevolking woonde. Deze waren gemaakt van gestapelde "stenen" van turf.

Echter halverwege de negentiende eeuw werd begonnen met het meer systematisch winnen van turf als brandstof. Ontwatering met behulp van greppels en sloten maakte het toen mogelijk om het gehele gebied toegankelijk te maken voor de grootschalige turfwinning. Sporen van deze grootschalige turfwinning zijn nog altijd zichtbaar.


Foto mrt 2007; Nabij het bezoekerscentrum in de Mariapeel staat nog een oud turfkarretje waarmee het turf naar de kanalen werd vervoerd.

In de provincie Noord-Brabant werd het veen voor het grootste deel afgegraven door een maatschappij. Om het turf te transporteren werden vaarten en kanalen gegraven. Zo kochten de broers Jan en Nicolaas van der Griendt in 1853 van de gemeente Deurne ongeveer 610 ha hoogveen. Hun bedrijf werd de eerste industriële veenderij op Brabants grondgebied.

Voor de afwatering moest er een vaart gegraven worden. Dat werd de Helenavaart. Deze is genoemd naar Helena Panis, de vrouw van Jan van de Griendt. De maatschappij Helenaveen werd gesticht en het dorp Helenaveen gebouwd. Er werd ook een turfstrooiselfabriek gebouwd waarin het afgegraven grauwveen tot strooisel werd verwerkt. Na verpakking werd dit veelal ge-exporteerd. Het strooisel werd veel gebruikt in paardestallen.

Het bedrijf breidde zich uit door nog meer veen aan te kopen. Ook werd het bedrijf opgesplitst als gevolg van onderlinge ruzies tussen de eigenaren. Zo onstonds er naast de Maatschappij Helenaveen de Maatschappij Griendtsveen in 1885. De Maatschappij Griendtsveen begon aan de Limburgse kant van de provinciegrens met de industriële vervening. De grond werd aangekocht van de gemeente Horst. De gemeente Horst stelde wel als eis dat het Griendtsveens Kanaal moest worden gegraven.

Daarnaast wilde de gemeente Deurne ook een graantje mee pikken in de winsten die behaald werden met de winning van het "zwarte goud". In 1895 werd daarom het Gemeentelijk Veenbedrijf gesticht. De gemeente moest echter een nieuw afwateringskanaal graven omdat de Maatschappij Helenaveen de gemeente Deurne geen gebruik wilde laten maken van de Helenavaart. Hiertoe werd het Kanaal van Deurne gegraven dat in 1906 gereed kwam.

Het kanaal van Deurne ligt paralel aan de Helenavaart en beiden monden uit in de Noordervaart. Om het kanaal van Deurne te kunnen realiseren kwam met ook in aanvaring met de gemeente Meijel. Er kwam geen goede samenwerking tot stand met de gemeente Meijel en zo kwam het dat de Helenavaart en het Kanaal van Deurne op nog geen 50 m van elkaar liggen en haast parallel aan elkaar lopen.

De vervening breidde zich steeds verder uit in het Peelgebied. Zo startte in 1889 de Maatschappij Griendtsveen de vervening in de Groote Peel. Dit deel lag op grondgebied van de gemeente Asten. Er werd 550 ha grond aangekocht in het gebied de Peel de Veluwe. Met het graven van het Astensch Peelkanaal dat uitmondde in de Zuid-Willemsvaart bij Sluis 13, werd de afwatering van dit gebied geregeld.

In het Limburgse deel van de Peel werd het veen het meest door particulieren gestoken. Nadat het veen was gestoken werd het met karren via uitgespaarde "peelbanen" afgevoerd. Iedere boer groef op zijn eigen of gepachtte stukje grond turf. Dit had tot gevolg dat er veenputten ontstonden van verschillende grootte en vorm.

Sommige "peelbanen" zijn nu nog herkenbaar en in gebruik als bijvoorbeeld wandelpad of worden gebruikt bij beheerswerkzaamheden in het gebied. Sommige banen kregen zelfs namen zoals de Mussenbaan, Oale Baan en de Meerbaan. Anderen kregen een nummer zoals de 5de baan of 10de baan. Tussen de banen werd het veen gestoken. Soms werden ook zijbanen aangelegd en afwateringsgreppels gegraven. Dit was afhankelijk van de methode die werd gebruikt voor de vervening.

Verschillende boerenturfputten zijn om sommige plaatsen nog goed te zien in het Limburgse deel van de Groote Peel, langs de oostrand van de Mariapeel en in de Liesselse Peel. Tevens bevinden zich op veel plaatsen nog kleinere complexen of solitaire turfpotten. Deze boerenvervening staat in schril contrast met de industriële vervening. Het hoofdafwateringssysteem bestond uit de Helenavaart, het Kanaal van Deurne, het Griendtsveens Kanaal en het Astensch Kanaal. Ook werd er op het grondgebied van de gemeenten Deurne en Horst gewerkt met een zogenoemd drietandsysteem.

Dit drietandsysteem bestaat uit drie evenwijdige aan een zijde doodlopende, 8 meter brede en 2 meter diepe wijken of wieken, die onderling exact 200 m uit elkaar liggen. Aan de zijde van de hoofdafwatering komen ze samen om vervolgens op één punt te samen af te wateren. Het grote voordeel van deze constructie was dat er veel minder bruggetjes gebouwd hoefden te worden. Dit was voor belangrijk voor de doorvaart van de turfschepen, maar ook voor de trekpaarden die gebruik maakten van de jaagpaden die langs de vaarten liepen. Halverwege twee wieken werd een veel minder diepe raaisloot aangelegd. Op deze raaisloot kwamen dan weer de zijgreppels of gribben uit. Deze gribben lagen 10 m uit elkaar en de feitelijke vervening vond hiertussen plaats. De techniek van graven en afvoeren was nauwkeurig uitgedacht. Dit afwateringspatroon is vooral in het noordelijk deel van de Mariapeel nog heel goed te zien, bijvoorbeeld de Driehonderd Bunders.

In het Astense deel van de Groote Peel ging de Maatschappij Griendtsveen anders te werk. Op de hoofdafwatering (het Astensch Kanaal) werd een aantal zijkanaaltjes aangesloten. De zijkanaaltjes werden vaartjes genoemd. Ze hebben geen veldnamen, maar ze zijn genummerd, zoals het 1ste, 5de of 8ste vaartje. De vaartjes liggen net als bij het drietandsysteem 200 m uit elkaar. Tussen de vaartjes werd op vergelijkbare wijze de ontginning ter hand genomen.

Op een gegeven moment was de turfwinning echter niet meer rendabel en begon met de over tot ontginning van de afgegraven delen van het oude veen. De aanvankelijk zo waardeloze zandgrond werd met behulp van oa kunstmest geschikt gemaakt voor weilanden en akkers. Zo dreigde de Groote Peel verloren te gaan.

De Deurnse Peel

Een heel klein natuurgebiedje dat net ten zuiden van de A67 ligt nabij Helenaveen dat er noordelijk van ligt. Het is 't Zinkske, onderdeel van het gebied dat hoort bij de Deurnse Peel. Met de fiets is het eenvoudig te bereiken als men de fietsroute volgt van Meijel naar Helenaveen. Zodra u langs de Helenavaart gaat rijden, deze ligt rechts van u als u naar Helenaveen rijdt, dan begint het gebied gelijk aan uw linkerhand. Het gebied is toegankelijk voor voetgangers.


Foto mrt 2007; Ingang van 't Zinkske langs de Helenavaart (fietspad)

Op 8 mei 1981 werd het gebied van de Deurnse Peel dat eigendom was van de staat der Nederlanden aangewezen als Staatsnatuurmonument. Het natuurmonument lag in de gemeenten Deurne en Horst. Overigens is niet het gehele gebied dat onder die beschikking valt in bezit van de staat. Wel wordt overwogen ook dit deel als beschermd natuurgebied te verklaren.

Het bestaat uit de volgende gebieden:

Van het Peelgebied, dat de zuidelijkste in Europa is van de vlakke hoogvenen, vormt de Deurnse Peel een belangrijk onderdeel. Samen met het staatnatuurmonument de Maria Peel is daarmee een belangrijke stap gezet tot behoud van het voormalige veengebied.

Toch werd het voormalige veengebied nog altijd bedreigd. Door de verlaging van het grondwaterpeil kon voedselrijk water in het gebied doordringen. Hierdoor dreigde een deel van het karakter van het hoogveen verloren te gaan.


Foto mrt 2007; de stormschade van de februaristorm is aardig opgeruimd. Helaas zijn er vele mooie oude bomen verdwenen. Gebied 't Zinkske.

De storm in februari 2007 heeft veel schade aangericht aan dit kleine stukje natuur. Vele bomen zijn gesneuveld in de harde wind. Het bosachtige deel is vrijwel geheel verloren gegaan. Het gebied wordt met runderen begraasd.

De Mariapeel

De Mariapeel is via Helenaveen goed te bereiken over de weg naar Griendtsveen. Even buiten de kern van Helenaveen staat bij een brug over het kanaal de aanwijzing naar de Mariapeel. Via een zandpad komt u op een royale parkeerplaats vanwaar diverse wandelingen in het gebied mogelijk zijn. Waaronder enkele uitgezette wandelingen.

Toegang tot de Mariapeel
Foto mrt 2007; Toegang tot de Mariapeel

Tevens is in de Mariapeel een Fokcentrum voor zeldzame huisdieren, in dit geval de Nederlandese landgeit. De kudde Nederlandse landgeiten houd de Mariapeel al 20 jaar de heide vrij van boompjes. Door de fokprogramma's met dit ras is het ras inmiddels opgeklommen naar een kwetsbaar ras. In het jaar 2000 stonden er in het stamboek 1473 dieren ingeschreven.

Al op 21 september 1976 werd door de toenmalige staatssecretaris van cultuur, recreatie en maatschappelijk werk het gebied dat wordt genoemd "Mariapeel" en dat eigendom is van de Nederlandse Staat aangewezen als een staatsnatuurmonument.


Foto mrt 2007; het ven in de Mariapeel in de avondzon

Het natuurmonument "Mariapeel" bestaat dan uit ca 1060 ha grond en ligt in de gemeenten Horst, Sevenum en Deurne. Onder de gemeente Horst vallen dan de gebieden "Griendtsveen" en "Driehonder Bunders", onder de gemeente Sevenum valt het "Mariaveen" terwijl een smalle strook grond tussen de provinciale grens en de Helenavaart valt onder de gemeente Deurne. Net als de Deurnsepeel maakt dit hoogveen deel uit van het meest zuidelijk gelegen hoogveengebied in de laagvlakte van Europa.


Foto mrt 2007; Mariapeel, deze foto is ook in de achtergrond van deze pagina verwerkt.

Het landschap in het natuurmonument kenmerkt zich door een rijke afwisseling van onder andere hogere, droge en lage, vochtige heideterreinen en moerassachtige gedeelten, open en gesloten bossen, veenputten, wijken en open water.

Tegenwoordig ligt dit peelreservaat in de gemeente Horst aan de Maas ten zuiden van de spoorlijn Venlo-Helmond en ten oosten van de Helenavaart. De vaart vormt hier zowat de grens tussen de provincies Noord-Brabant en Limburg.

Het natuurreservaat bevat veel verschillende peellandschappen. Er zijn hoge koppen met struikhei; afgegraven veen met daartussen de banen; complexen van kleine, geïsoleerde veenputten waarin weer opnieuw veenvorming plaats heeft; grote, diep uitgegraven plassen; bossen met hoog opgaande berken; grote en kleine weilanden; en daarbij nog een uitgebreid stelsel van kanaaltjes.

De kanaaltjes vormden een heel belangrijk aspect bij de ontvening. Ze werden voor het transport gebruikt van de gestoken turf. Al deze kanalen stond in verbinding met de Helenavaart welke via een omweg verbonden is met de Maas. In de zomer wordt er veel water aangevoerd uit de Maas voor de bevloeiïng van de ontginningen rond de Peel. Het maaswater bevat echter grote hoeveelheden voedingsstoffen die een sterk verrijkende werking hebben. Dit is echter heel erg ongewenst en dus wordt er alles aan gedaan dat dit water niet in het natuurgebied terecht komt.

Maar dat is zeer ongewenst, want dit reservaat is juist zo belangrijk als voorbeeld van een zeer voedsel arm landschap.


Foto mrt 2007; het arme landschap in de Mariapeel

Mariapeel is op de eerste plaats een wetenschappelijk reservaat, Bij het beheer wordt daar steeds rekening mee gehouden. Wandelaars hebben op wegen en paden toegang,  behoudens bepaalde perioden in het broedseizoen, Er zijn twee bewegwijzerde wandelroutes, maar voor het overige rekent men vooral op mensen die zelf hun weg vinden. Dat slag schijnt nogal zeldzaam te zijn, zodat het hier steeds rustig wandelen is.

Slechts op een plek kan een  Maas-water binnendringen. Daar zal dus een zekere verrijking optreden. Verder van dit punt vandaan de Peel in, wordt het water steeds voedselarmer. Mariapeel biedt hierbij een ideale gelegenheid om te bestuderen hoe planten en dieren reageren op kleine veranderingen in de voedselrijkdom van het water.

Het meest voedselarme deel van Mariapeel is het zuidelijke deel, bij het dorp Helenaveen. Hier komt helemaal geen water van buiten, alleen regenwater. Zuiver regenwater, zodat het er nu even voedselarm is.

Werkzaamheden in de Mariapeel in 2007

De komende tijd zal er hard gewerkt worden in de Mariapeel. Er gaat gezaagd en gekapt worden om het open landschap van vóór 1853 zoveel mogelijk te herstellen. Bosbeheer zal zo'n 17 ha bos verwijderen. Bos dat hoofdzakelijk bestaat uit berkebomen.

Met motorzagen en velmachines zullen de bomen te lijf gegaan worden. Helaas brengt dit ook ongemak met zich mee voor de bezoekers. De machines zijn lawaaierig en het werk veroorzaakt ook veel rommel en ander ongemak. In perioden van slecht weer zullen paden plaatselijk erg modderig kunnen worden. Het werk zal enige maanden vergen.

Na de grootschalige ontginning van het ca 30.000 ha grote Peelgebied is er slechts een kleine 4500 ha Peel overgebleven. Deze is verdeeld over allerlei los liggende stukjes. De voornaamste gebieden die overgebleven zijn, zijn De Groote Peel, de Mariapeel en de Deurnsche Peel. Deze restanten van de oorspronkelijke Peel waren grotendeels sterk verdroogd. Hierdoor kwam er een welige groei van berkebomen op gang. Hierdoor ging de kenmerkende openheid van de Peel voor het grootste deel verloren.

Dit was ook een van de eerste aandachtspunten toen Staatbosbeheer dit gebied in 1963 in beheer kreeg.

Omdat in de Mariapeel veel zeldzame planten en dieren voorkomen die heel kenmerkend zijn voor de Peel wil men er bij de werkzaamheden voor zorgen dat deze niet verstoord worden. Staatsbosbeheer zal zich inspannen om de overlast zoveel mogelijk te beperken en eerst onderzoeken of er nog broedende vogels zijn, of dassen, of mierennesten. Voor al deze soorten beheerd Staatsbosbeheer de natuurgebieden. De uitkomst van de inventarisaties zal bepalen waar met het werk begonnen gaat worden. Er wordt naar gestreefd dat de dieren in het najaar en de winter geen last meer hebben van de werkzaamheden.

Op verschillende plaatsen in het gebied worden de bomen verwijderd. Als het om grotere bomen gaat zal men de bomen gaan vellen en daarna het hout oogsten. Het takhout zal voor een deel in het terrein achterblijven en het geoogste hout zal worden gebruikt als vezelhout.

Het doel van al deze werkzaamheden is weer een groot en open nat heidegebied laten ontstaan. Her en der zullen nog enkele karakteristieke bomen of boomgroepjes blijven staan samen met wat wilgenstruweel. De boomstobben zullen overal nog zichtbaar blijven en tussen de bodembegroeiing uitsteken. Na verloop van tijd zal hier echter niets meer van te zien zijn.

Er is uiteindelijk dan een nieuw uitstekend leefgebied gecreeerd voor onder de nachtzwaluw en de blauwborst. Ook zullen er vele plaatsen bijkomen waar veenmossen gaan groeien of zich uitbreiden op plaatsen waar ze al voorkwamen.

Helaas zullen de berkebomen steeds de kop op blijven steken omdat de waterhuishouding in het gebied nog niet ideaal is. Er zal dus ook in de toekomst gewerkt moeten door het beheer om de ontstane openheid verder te blijven behouden. Het verwijderen van de berkebomen heeft ook nog een gunstig effect op het gebiedseigen waterpeil. De bomen verdampten jaarlijks vele duizenden kubieke meters water.

Meer informatie is te verkrijgen bij de beheerseenheid Mariapeel, tel 0495-641695.

Volg hier de weg van water in de Peel naar de Maas (Fietsroute)

De kanalen in de Peel waren van groot belang bij de winning van het turf. Het gestoken turf kon op die manier uit het gebied verwijderd worden. Om het gebied nu zoveel mogelijk in zijn oude staat te behouden is het van belang dat er zo min mogelijk voedselrijk water tot het gebied doordringt. Dat betekend dat moet worden voorkomen dat het water van de Peel in verbinding komt te staan met rivieren als de Maas of andere voedselrijke wateren.

Het afwateringskanaal is ruim 10 km lang en is tussen 1850 en 1859 gegraven. Daarna is het in 1859 in gebruik genomen. Tot 1932 heeft het dienst gedaan als afwateringskanaal en was het geschikt voor de scheepvaart. Dit geheel tegen de wens van de gemeente Helden in. De Heldense boeren waren helemaal niet blij met de kunstmatige hoogstand in het kanaal die er voor moest zorgen dat er scheepvaartverkeer mogelijk was.

De Helenavaart mondt uiteindelijk uit in de Maas. De enige verbinding die de Peel heeft met het open water. De tocht die het water aflegd is echter een prachtige tocht om te fietsen. Als startpunt voor deze beschrijving heb ik Helaveen gekozen.

Gedenkmonument in het water
Foto maart 2007; Een monument voor het tijdperk van het turfsteken in de Helenavaart in Helenaveen.

Langs de Helenavaart zijn nog tal van oude interessante gebouwen te vinden. Zoals bijvoorbeeld deze smid.

Smid
Foto maart 2007; Deze smederij ligt aan de Helenavaart als u het dorp verlaat richting Griendtsveen.

Of het prachtige kerkje.

Kerkje Helenaveen
Foto maart 2007

Rijdende langs de vaart zijn er tal van mooie boerderijen te bewonderen. Zoals dit oude oude boerderijtje.

De Helenavaart loopt vanuit Helenaveen richting Meijel/Grashoek. Allereerst volgen we de weg langs het kanaal. Als we Helenaveen hebben verlaten, verlaten we de weg als deze over de vaart richting Grashoek gaat. Wij blijven langs de vaart rijden over het prachtige fietspad en passeren na een kilometer een kaasboerderij.

Hier komen twee kanalen samen. Nu in het vroege voorjaar staat het water hier nog erg hoog.

We volgen het kanaal verder, nog steeds in de richting van Grashoek en Meijel. Onderweg zijn er diverse plaatsen waar even gerust kan worden op een bankje.

Als we verder rijden passeren we de brug waarlangs we naar Grashoek kunnen rijden. Vaak doen wij dit en komen zo ook langs het prachtige natuurgebied Kwakvors. Nu blijven we echter het water volgen naar de uitloop in de Maas.

Onderdoorgang voor de fietsers

Als het kanaal de weg tussen Meijel en Beringe snijdt is hier op een mooie wijze een onderdoorgang aangelegd voor de fietsers. Als men het kanaal niet wenst te verlaten omdat men naar Meijel of Beringe wil, kan men via een houten brug boven het kanaal onder de weg doorrijden naar de andere kant. Zo hoeft de drukke verkeersweg niet over gestoken te worden.

Niet veel later komt het kanaal uit in de Noordervaart. Hier gaat het afwateringskanaal echter rechtdoor. De verbinding is hier alleen nog in stand gehouden door een duiker. Met de fiets moet men nu even het afwateringskanaal verlaten. Hier is namelijk geen mogelijkheid om de Noordervaart over te steken.

Om weer aan het afwateringskanaal te komen volgt u nu de Noordervaart richting Meijel, u kunt overigens geen andere kant op, of u moet graag willen zwemmen. Bij de rotonde gaat u linksaf en daarna gaat u de eerste weg weer links. U volgt dit weggetje een stukje tot dat het haaks naar rechts gaat. U gaat hier linksaf het zandpad op en rijdt zo terug naar de Noordervaart. Aan de Noordervaart gekomen gaat u rechtsaf om een paar honderd meter verderop weer terug te zijn op het punt waar u het afwateringskanaal heeft verlaten.

U ziet hier langs het fietspad groene planken staan. Deze geven een fietsroute aan die langs de Noordervaart loopt en verder door het land tot in Duitsland. Daar waar de Noordervaart niet verder is gegraven, dat is in Beringe, treft met rood/wit gestreepte palen aan die het verloop van de geplande vaart weergeven.

Nu volgt u rechtsaf weer het afwateringskanaal. Het oude sluiswachtershuisje is hier een galerie geworden. Het ligt lieflijk tegenover de oude sluis. De sluizen werden tot in de jaren 30 van de vorige eeuw gebruikt om het water in het kanaaltje kunstmatig hoog te houden. Zo kon het gebruikt worden om turf af te voeren naar bijv Meijel of Neer en andersom kon de stratendrek uit Neer vervoerd worden naar de te ontginnen gebieden in de Peel. Scheepvaart over het kanaal was mogelijk tot Neer.

Langs het kanaal rijdt u nu verder richting Neer/Kessel. Aan het einde van het fietspad moet u even linksafslaan voor u weer verder kunt rijden langs het afwateringskanaal. Hier treft u een picknickplaats aan en wat informatieborden die u wat meer vertellen over het afwateringskanaal.

Daar waar u het kanaal weer verder kunt volgen ligt een bruggetje over het kanaal. U ziet hier een van de beken die uitmonden in het afwateringskanaal. Pas na de ruilverkaveling van 1965 werden de gebieden langs de vaart weer droog doordat er voldoende sloten werden gegraven om de grond droog te houden voor de boeren.

Het pas langs het kanaal is in de zomer overschaduwt door eiken. In de winter heeft u echter prachtige uitzichten doordat er geen bladeren meer aan de boom zitten. Meermaals kruist het kanaal weggetjes waardoor een blik over de vaart mogelijk wordt.

Bij de volgende sluis aangekomen is weer een uitgebreide mogelijkheid voor het onderbreken van de fietstocht. Er staan informatieborden en er is nu zelfs een hutje gebouwd waar de vermoeide reiziger kan uitrusten.

Naast dit sluisje staat ook een prachtig behouden sluiswachtershuisje.

Het pad langs het kanaal loopt door tot aan de Napoleonsbaan. Het voormalige eindpunt voor de scheepsvaart op het afwateringskanaal.

We kunnen echter de Napoleonsbaan oversteken en zo het weggetje rechtdoor volgen richting de Maas. Bij de steenfabriek volgt u een klein fietspaadje tot aan de volgende brug over het kanaaltje. Hier is het niet meer dan een klein beekje.

Links van het kanaal blijft u op het zandpad rijden in oostelijke richting. Het kanaaltje loopt hier door een diep uitgesneden dal en is helemaal voorzien van een stenen geleidegoot.

De rivier de Maas is nu niet ver meer weg. U daalt over het fietspad af naar het bruggetje over het kanaaltje. LET OP! Zeer steil, borden die u aanraden af te stappen.

Als u het kanaaltje over bent gestoken en weer boven op het talut bent gekomen heeft u een prachtig uitzicht hoe het water uit het afwateringskanaal in de Maas stroomt.

U bent nu in Neer aangekomen. Vanaf hier kunt u allerlei kanten op. U kunt bijvoorbeeld het voet/fietsveer nemen naar de overkant van de Maas en zo uw weg naar Beesel of Schwalmen vervolgen. Ook kunt u de Maas stroomafwaards volgen op de westelijke oever naar Kessel. Stroomopwaards komt u over de dijk in Panheel.

U kunt ook het dorp Neer inrijden en hier bordjes van de fietsknooppunten volgen terug naar uw uitgangspunt Helenaveen.

Nationaal Park De Groote Peel Beschreven aan de hand van gegevens die ik verzameld heb in uitgaven van Staatsbosbeheer. De pagina is voorzien van foto's die ik zelf gemaakt heb in het gebied.

Omgeving Gemeente Helden

De gemeente Helden

| Mail mij | ©2007 Angélique Leunissen laatst bijgewerkt op 06.02.2009 12:37