Dinsdag 31 juli 2007
Vanmorgen hebben we lekker uitgeslapen. Het is weer prachtig weer en dus gaan we vandaag een kleine vallei opzoeken ten noorden van Biasca aan de uitlopers van de Lukmanierpas. Het is het Valle Malvaglia dat we bereiken door in Malvaglia de pasweg te verlaten en een kleine oude weg de bergen in te volgen. Terwijl pap het even niet ziet maak ik stiekum dit plaatje van onze chauffeur (pap).

De routebeschrijving kunt u hier openen als .pdf en met Acrobat Reader kunt u het uitlezen of uitprinten. U kunt het bestand ook gewoon naar uw eigen computer downloaden.
Vlakbij Malvaglia kunnen we een eerste blik in het Valle Malvaglia werpen. Daarna rijden we Malvaglia in. De vuilnisbakken staan hier in een soort bushokjes langs de weg.
Overal zie je in de tuinen druiven. Ook zijn er kleine druivenplantages langs de berghellingen te vinden.
Er staan prachtige huizen in Malvaglia. Zodra we de afslag naar het Valle Malvaglia hebben genomen gaan we direct sterk aan hoogte winnen. De weg is hier nog redelijk breed.
Zodra we de laatste huizen achter ons hebben gelaten lijkt het alsof we terug gaan in de tijd. De weg versmald tot niet veel meer dan de breedte van 1 auto. Er zijn geen vangrails geplaatst en je kan zo van de weg af de berg af rollen als je niet goed op let.
Terwijl we aan de ene kant het dal van de Lukmanierpas nog eens in kunnen kijken (foto onder), zien we aan de andere kant stallen met hele bijenvolken.
Hoe hoger we komen hoe smaller de weg wordt. We komen bij een smalle tunnel waar je echt niemand moet tegenkomen. Op de heenweg hebben we geluk. Op de terugweg zullen we een heel eind achteruit moeten rijden om het stijgende verkeer voorrang te verlenen in de doorgang.
We bereiken Rasoira dat vlak voor het meer moet liggen. Als we even verder komen dan zien we dat het om een stuwmeer gaat. Een enorme stuwwand duikt voor ons op. Ineens voelen we ons heel erg klein.
De weg stijgt echter steeds verder en verder en al heel snel zitten we hoog boven de stuwwand.
We vinden een klein plekje waar we even aan de kant kunnen staan. We stappen uit om van het uitzicht te genieten. Er is veel drijfhout dat zich opstapeld tegen de stuwwand. Waarschijnlijk zijn ze ergens ook bezig met kappen want als we terugkomen zullen we zien dat er nog veel meer bomen in het water drijven. We kijken nog een keertje terug in de richting van ons huisje dat achter de ronde berg in de verte ligt.
Als iedereen is uitgekeken gaan we verder. Er staat een bordje dat we maximaal 20 km per uur mogen rijden. En alleen een gek haalt het hier in zijn hoofd om sneller te gaan rijden. Het is hier zo smal en het wegdek zo slecht dat je je wel twee maal bedenkt voor je rare fratsen uit gaat halen. Het uitzicht naar de toppen langs het stuwmeer is geweldig.
Na verloop van tijd worden de hellingen aan weerszijden van de weg weer wat minder steil en krijgen we weer een mogelijkheid om naar het stuwmeer te kijken. We zoeken nu nog naar een plekje waar we even kunnen stoppen.
We kunnen hier prachtige foto's maken maar vooralsnog doe ik het maar vanuit de auto. Dan zien we een klein pad dat naar het meer leidt. Daar kunnen we de auto even parkeren en kunnen we alles van wat dichterbij gaan bekijken.
Met de telefunctie van het fototoestel halen we de stuwwand weer wat dichterbij. Nu zien we pas goed dat het water hier vele meters hoger kan staan. Als dat het geval is zul je waar wij nu staan moeten zwemmen. Overal ligt drijfhout dat bijeen is gebracht op stapels op het lege bed van het meer.
De kinderen vinden het geweldig en vinden wat stenen bouwsels van anderen waarmee zij weer verder bouwen. Het is een hele kunst om de stenen zo hoog op te stapelen en er stort menige stapel eers in. De bus hebben we in een heel klein beetje schaduw geparkeerd. Zo worden we tenminste niet gekookt als we weer verder gaan. We willen nog een klein stukje verder naar het schilderachtige dorpje Dandrio.
De toegangsweg naar het stuwmeer. Het lijkt niet erg steil, maar het valt vies tegen als we weer omhoog moeten rijden.
De toevoer van water via deze bergbeek is minimaal. Toch stroomt het water snel en is het stervens koud.
Er liggen hier zoveel mooie stenen dat we iedereen er een paar willen laten zien.
Nadat de kinderen nog wat heben gespeeld en inmiddels ook een nat pak hebben gehaald gaan we bij de bus nog wat drinken. Daarna gaan we weer verder.
De weg slingerd omhoog en al snel zien we Dandrio in de verte. Met elke haarspeldbocht steigen we vele meters en dus zijn we er al snel.
Dandrio ligt op 1220 m hoogte en heeft een restaurant met een mooi terras. Daar gaan we dus lekker wat gebruiken. Er is vlakbij een plekje voor de auto dus we hoeven niet ver te lopen.
Terwijl we op onze bestelling wachten zien we dat we vanaf het terras naar alle kanten een prachtig uitzicht hebben. De parasols staan wel een beetje in de weg, maar zonder zou het hier veels te heet zijn.
Het is hier een echt wandelparadijs. Het is de eerste keer dat ik hier ben en ik voel wel iets van heimwee dat ik niet meer in de bergen kan wandelen. Hier zijn zoveel mooie wandelingen dat het echt even pijn doet.
Terwijl de jongens een balletje gaan trappen op een weide bij het parkeerterrein loop ik een klein eindje op mijn krukken het dorpje in. Overal hangen versierselen aan de huizen omdat het bijna 1 augustus, de nationale feestdag, is.
Er zijn prachtige doorkijkjes tussen de oude huizen door. Hieronder een blik richting Dagro.
Het is overal even mooi en ik kan niet stoppen met het maken van foto's. Ik ben intussen bij de kerk aangekomen. Hier staat ook een mooie stenen waterbron.
Op een oude stal hangen diverse hoorns van dieren die hier leven. Ik herken er maar een paar, de steenbok en de gems.
Overal zie je hier net als in Orsino zonnepanelen bij de huisjes staan. Hoewel er wel een stuwmeer is in de vallei heeft het zelf geen stroomvoorziening. De huizen worden door middel van zonnepanelen van stroom voorzien.
Er is een prachtig wit kerkje. Het is helaas niet open nu. Anders had ik graag even binnen gekeken. Ik maak hier nog een paar foto's en daarna ga ik weer afdalen naar de auto. Omhoog was echter wel wat makkelijker dan naar beneden.
Ik kan het niet laten en maak van toch bijna bij elke stap een foto. Dat is dan weer het voordeel van digitalefotografie. Het is hier zo mooi dat ik alles wel wil fotograferen.
Als ik terug kom bij de bus zijn de jongens nog aan het spelen. Nog een paar laatste foto's en dan gaan we weer richting Giornico.
Hoewel we nog wel watervallen zien is het niet veel. Het grote rivierbed van bergbeek staat dan ook bijna leeg.
Langs de rivierbedding en de weg groeien net als bij ons op de alp vele bramen. De struiken zijn zo groot dat ik ze makkelijk uit de auto kan fotograferen. Jammer genoeg zijn de bramen allemaal nog rood in plaats van zwart. Ik heb best zin in wat bramen, maar helaas is het daar nog geen seizoen voor.
We dalen rustig af en krijgen een paar mooie kijkjes de verte in. Op de foto hierboven krijgen we naar de berg die we vanuit ons huisje ook kunnen zien. Alleen zitten wij dan aan de andere kant. Naar rechts (foto onder) krijgen we een kijkje op Dagro. Er loopt ook een grote goederenlift naar toe.
Als we dan nog een aantal mooie huizen zijn gepasseerd dan komen we bij de plek waar we nog even willen stoppen. Terwijl wij nog aan het bedenken zijn hoe je hier in hemelsnaam bij het water komt zijn de jongens al bijna beneden. Wij blijven maar veilig boven en wagen ons niet aan de afdaling. We zetten een paar stoeltjes neer en nemen ons gemak ervan.
Terwijl de jongens aan het water aan het spelen zijn maak ik nog wat foto's. Als ik goed kijk zie ik ineens dat er hier heel veel bloemen staan. De hele bermkanten zijn ermee bedekt.
Naast orchideeën groeien en bloeien hier nog tal van andere bloemen. Ik ken ze allemaal niet zo goed uit mijn hoofd, maar ik geniet ten volle van al dit moois.

Als de jongens weer een flinke natte broek hebben gehaald gaan we weer verder richting huis. We komen nog langs een waterval waarlangs een steile trap in de rotsen is gemaakt. Deze zal wel voor de werklieden zijn van de energie en/of waterleidingbedrijven die hier het water regelen. Het lijkt me geen pretje om met een zware gereedschapstas deze trappen op te moeten klimmen.
Het lijkt wel of we veel sneller weer beneden zijn als dat we naar boven gingen. In geen tijd passeren we het stuwmeer en even later voelen we ons weer nietig onder aan de stuwwand. Niet veel later kijken we weer naar de uitlopers van Lukmanierpas en dan duurt het niet lang voor we weer in Malvaglia zijn.
Vlakbij ons huisje zit ook een grote goederenlift. Ik neem nu even de tijd om er een paar foto's van te maken. Waar de goederen naar toe gaan? Ik weet het niet. Het zijn nogal steile wanden hier die vooral bij "boulders" in trek zijn. Wellicht dat bovenop nog alpenweiden liggen, maar wij kunnen ze niet zien.
Na een lekkere avondmaaltijd onder de druiven genieten we nog even van de ondergaande zon. De bergen bij Biasca krijgen een mooie rode kleur terwijl de top tegenover ons huisje (dezelfde als waar we vanmiddag vanuit het Val Malvaglia tegenaan keken) goudgeel gekleurd wordt door de laatste zonnestralen.


































































































